Image description

Zaaiadvies akkerranden

Juiste locatiekeuze en omvang.

In de zon.
Voor boerenlandvogels is het belangrijk dat er volop bloei is. Bloei trekt insecten en die zorgen voor bestuiving en bestuiving zorgt voor zaadzetting. Een optimale ligging van kruidenrijke akkerfaunaranden is bij voorkeur dan ook in de zon. Dit zorgt voor uitbundige bloei en de warmteminnende insecten komen hier massaal op af. Randen die voor een groot deel in de schaduw liggen, zullen geen optimaal resultaat geven.

Goede uitgangssituatie.
Kies een locatie met een goed doorlatende bodem. Bij natte en verdichte bodems is de kans op ongewenste veronkruiding groot. Begin met een schone lei. Vooral percelen met veel wortelonkruiden als kweek en ridderzuring zijn niet geschikt.

Robuustheid.
Een brede rand is functioneler dan een smalle. Minimaal 6 meter, maar nog beter is 9 of 12 meter breed. Liever een korte brede rand (een blok) dan een lange smalle rand. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat bijvoorbeeld patrijzen in brede randen beter beschermd zijn tegen predatie door bijvoorbeeld de vos.

Grondbewerking en inzaai.

Vals zaaibed.
Bij een vals zaaibed wordt de grond bewerkt alsof er al wordt gezaaid. Met het zaaien wordt echter 2 weken gewacht. Eerst de onkruiden laten kiemen en opkomen. Deze onkruiden worden eerst opgeruimd door te (wied)eggen. Dit kan eventueel nog een keer herhaald worden. Daarna wordt het definitieve zaaibed gemaakt. Dit voorkomt voor een groot deel een ongewenste veronkruiding met éénjarigen, zoals melde.

Zaaitijdstip.
Zaal niet te vroeg, de grond dient al wat opgewarmd te zijn. Tussen begin april en half mei is een geschikte periode. De bodem moet al redelijk opgewarmd zijn. Inzaaien na een droge periode, maar vlad voordat er regen voorspeld wordt, geeft de beste opkomst en de minste problemen met veronkruiding van éénjarige akkeronkruiden. Het heeft de voorkeur akkerranden in het voorjaar tijdig in te zaaien, zodat half mei de vegetatiehoogte minimaal 50 cm dik is. In deze periode vestigen zich veel vogelsoorten die in Afrika hebben overwinterd, zoals grasmus, gele kwikstaart en bosrietzanger.

Zaaizaadhoeveelheid.
Zaaien in de kruidenrijke akkerrand gebeurt met een zaaizaad hoeveelheid van 18 kg/ha. Dit om een wat open structuur te houden, zodat er niet een te dicht gewas ontstaat waar akkervogels zich niet meer in kunnen bewegen en verschuilen.

Zaaidiepte.
Zaai niet te diep, 2 tot 3 cm is een gewenste zaaidiepte. Granen zou je liever wat dieper zaaien, veel andere soorten in het mengsel juist minder diep. Een zaaidiepte van 2 tot 3 cm is dan een goed compromis.

Aandacht bij het inzaaien.
Draai de zaaimachine vooraf een paar keer af om de juiste zaaizaadhoeveelheid te bepalen. Omdat de zaden in het mengsel sterk in grootte en gewicht van elkaar verschillen, is de kans op ontmenging tijdens het zaaien groot. Voorkom dit door regelmatig door de bak te roeren.

Zaaien uitbesteden.
Het zaaien kan door een loonwerker worden uitgevoerd of in eigen beheer. Een pneumatische zaaimachine heeft de voorkeur. Kijk of je het inzaaien gezamenlijk kunt oppakken en kunt uitbesteden aan "specialisten". 

 

(bron: VALA)